De hemel is bezaaid met gouden
sterren,
die blinken in het schijnsel van de maan.
Maar het allermooiste van die vele lichtjes
zie ik nog altijd in jouw ogen staan
---------------
Kerst is voor de meeste mensen
een feest
Maar als je daar ligt in de kou
Dan mis het nog het meest
Dat mensen niet denken aan jou
Met Kerst hoor je toch blij te
zijn
Maar als je daar ligt in je eentje
Wil je toch geen pijn
Zelfs niet een heel klein beetje
Maar als je daar ligt alleen in
de nacht
En niemand die je ziet
Dan denk je toch dat je de enige bent die niet lacht
Maar er zijn met Kerstmis veel te veel mensen met dat verdriet.
Met Kerst hoor je blij te zijn
Groot en klein
---------------
Moe en versleten,
vertrapt en vergeten.
Zonder dat hij ook maar iets verwacht,
is Kerstmis opnieuw voor hem zo
donker als de nacht.
Vroeger was Kerstmis een feest,
hoeveel jaar geleden was dat dan
geweest ?
De tijd heeft niet stil gestaan,
zijn nare werkelijkheid is gewoon
verder gegaan.
Voor hem heeft Kerstmis zijn waarde
verloren,
niet dat het zijn leven zou verstoren,
zijn leven is al langzaam uitgeroeid,
bijna totaal vergaan,
zelfs al zal Kerstmis deze keer
nog wel voor hem bestaan.
De zwartste dagen van zijn leven,
zo zou hij Kerstmis hebben beschreven.
Maar Kerstmis hoeft niet meer.
Het was zijn laatste keer.
---------------
Kerstnacht - het woord is als een
lafenis,
een koele sneeuw, glanzend onder het zachte
stralen der sterren - op de landen is
het weerloos stil, een ongerept verwachten.
Kerstnacht - het eenzaam zwerven der gedachten
rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken
verlangen naar het helder zingen in de nacht en het
opgaan van de ster, een lichtend teken.
Kerstnacht - het sneeuwt op uw geschonden aarde,
dun en versnuivend dekt een huivering
van ijle val, een lichte zuivering
het vragen, dat wij ongesteld bewaarden
---------------
Voor iedereen
die met de kerst alleen is.
Voor iedereen
waarvoor geen tafel is gedekt.
voor iedereen
die voor zich uit moet staren.
voor iedereen
die zich eenzaam voelt, net als de rest.
voor iedereen
die hunkert naar wat liefde
naar wat warmte in het nest.
Derhalve aan iedereen gericht,
schrijf ik speciaal dit kerstgedicht.
|
De spierwitte sneeuw buiten, binnen
klamme beslagen ruiten. Kerstmis, ik wacht al weer een jaar. Een jaar
met pijn en verdriet, zonder elkaar. Ik droom nu al weer hoe het straks
zal zijn. Samen met jou, jouw intens gevoel, zo fijn.
Kon het maar altijd Kerstmis zijn.
---------------
Dit is de nacht, dit is de stille
nacht,
dit is de averechtse tijd
waarin de hemel zich verblijdt,
terwijl de aarde op een teken wacht.
Dat er al is, dat al gegeven is.
Het teken van de moede vrouw
die voortging en die baren zou
en die men wegschoof in de duisternis.
De hemel weet, alleen de hemel
weet
dat vrede en welbehagen saam
reikhalzen naar een nieuwe naam.
De aarde is als vanouds voor niets gereed.
Al straalt de nacht, al straalt
de heilige nacht
veel klaarder dan de zon vermag,
pas als het donker wordt bij dag,
zal op de aarde alles zijn volbracht.
---------------
Every Christmas never dawned but
as pulses beating in a caring heart.
Every star was never less than holy
leading the wise to kings newborn.
Every mother always gave to earth
a child who never declined her love.
Every child was nearer than breath
before its birth made glad all stars.
Every angel never less than gave a
blessing to all babies new on earth.
Every true gift was never not given
from open hands into grateful need.
Every unseen world is now unsilent
as it rings with timely songs of joy
---------------
Even de frisse lucht in
de donkere nacht lonkt
Weer even goede zin
de frisse lucht verjongt
Lampjes branden alom
ik zet mijn tred aan
Loop een beetje krom
maar wil er toch voor gaan
Op weg naar het feest
het feest van het kind
Ben er jaren niet geweest
wilde toen zelf worden bemind
Nu is er weer een reden
nu kan ik samen gaan
Te lang het feest vermeden
is nu echt van de baan
|